Op 31 augustus 2026 stond Doeko in Het Financieele Dagblad met een artikel over de manier waarop wij technologie, automatisering en digitalisering inzetten om onze productie slimmer en schaalbaarder te maken.
In het artikel vertelt COO Bart van Doesburg waarom niet de afzonderlijke machine, robot of softwareoplossing het verschil maakt, maar juist de integratie van de volledige productieketen. Van ERP en MES tot robotcellen, interne logistiek en kwaliteitscontrole.
Voor het interview hebben we uitgebreid gesproken over onze keuzes sinds 2018, de ontwikkeling van onze eigen automatisering en onze visie op schaalbare productie. Niet alles paste binnen het artikel in het FD. Daarom delen we hieronder, naast het oorspronkelijke artikel, een verdere toelichting op een aantal onderwerpen die tijdens het interview aan bod kwamen.
Meer technologie is geen garantie voor een productievere fabriek
Nederlandse maakbedrijven investeerden de afgelopen jaren fors in ERP, MES, robots en machines. Toch blijkt uit diverse onderzoeken dat veel bedrijven onvoldoende zicht hebben op de inzet van data en AI in de productie, terwijl de arbeidsproductiviteit onder druk staat. Losse investeringen leveren lokale efficiëntie op, maar maken de fabriek als geheel niet automatisch slimmer of schaalbaar. Hoe kan een productieomgeving groeien zonder dat personeel, complexiteit en versnipperde systemen de beperkende factor worden?
Bij Doeko, een familiebedrijf uit Weurt dat sinds 1964 actief is in fijnmechanica en mechatronica, staat die vraag centraal. “Technologie leidt wat mij betreft juist wél tot hogere productiviteit, maar alleen wanneer systemen goed zijn ingericht en geïntegreerd”, zegt COO Bart van Doesburg. “De winst ontstaat wanneer planning, informatie, machines, logistiek en kwaliteitscontrole als één geheel functioneren.”
Van machine-uren naar een productieconcept
Die visie kreeg in 2018 concreet vorm. “We wilden niet simpelweg machine-uren verkopen. Technieken als 5-assig frezen, draadvonken, 3D-meten en reinigen beheersten we al. Wij wilden het complete proces voor hoognauwkeurige en complexe producten geautomatiseerd kunnen aanbieden.”
Doeko koppelde ERP en MES aan robotcellen, meetmachines, een centraal magazijn en AGV’s. Producten bewegen op gestandaardiseerde productdragers automatisch langs de benodigde bewerkingen. De koppeling biedt realtime inzicht in orderstatus, capaciteit en kwaliteit. Tegelijk maakt de standaardisatie het eenvoudiger om nieuwe producten en extra capaciteit toe te voegen. “We willen niet bij iedere groei opnieuw de fabriek uitvinden. Als extra capaciteit nodig is, kunnen we een machine met een gestandaardiseerde robotcel toevoegen aan dezelfde infrastructuur.”
Groei door integratie
De integratie zorgt voor kortere doorlooptijden, minder tussenvoorraden en beter geborgde kwaliteit. Meetmachines controleren producten automatisch met een ingestelde frequentie, zodat afwijkingen vroeg zichtbaar worden en grote hoeveelheden afkeur worden voorkomen.
Het resultaat wordt dit jaar concreet zichtbaar. Doeko verwacht volgens Van Doesburg ongeveer 60 procent omzetgroei met minder dan 10 procent personeelsgroei. “Sommige geautomatiseerde machines draaien meer dan 7.000 uur per jaar.”
“Het gaat niet om minder mensen. We zoeken juist gedreven vakmensen. Automatisering stelt hen in staat meer output te realiseren en zich te richten op programmeren, procesverbetering en complexe technische vraagstukken.”
Strategische productie vraagt lange adem
Doeko ontwikkelt zijn automatiseringsoplossingen zelf en bouwt hardware en software modulair op. Eerder ontwikkelde oplossingen worden zoveel mogelijk hergebruikt. “Nieuwe oplossingen worden daardoor steeds meer geconfigureerd in plaats van herontwikkeld.” De volgende stap is dat systemen steeds zelfstandiger gaan plannen en bijsturen. Dat Doeko een familiebedrijf is, helpt om voor de lange termijn te kiezen. “Als we onze plannen in 2018 alleen op de volumes van dat moment hadden doorgerekend, waren we er waarschijnlijk nooit aan begonnen. Soms moet je investeren in de fabriek die je over vijf of tien jaar wilt zijn.”
Bart van Doesburg, COO, Doeko
Verdieping: hoe bouw je een schaalbare, geautomatiseerde fabriek?
Het artikel hierboven verscheen in het Financieel Dagblad en geeft een beknopt beeld van de manier waarop Doeko de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in geïntegreerde en schaalbare productie. Tijdens het interview kwamen nog veel meer onderwerpen aan bod. Van de keuzes die in 2018 aan de basis stonden van onze huidige fabriek tot Design for Manufacturing, eigen automatiseringsontwikkeling en de veranderende rol van technische vakmensen.
De basis werd al in 2018 gelegd
De automatisering die vandaag in onze fabriek staat, is niet ontstaan vanuit één afzonderlijk project. In 2018 zijn we begonnen met nadenken over de toekomstige inrichting van onze fabriek en de positie die we als Nederlands maakbedrijf wilden innemen.
De afzonderlijke productietechnieken beheersten we al: onder andere 5-assig frezen, draadvonken, 3D-meten en reinigen. Maar alleen beschikken over goede machines vonden we geen onderscheidende strategie voor de lange termijn. De kans zagen we juist in het verbinden van die technologieën.
Daarom maakten we een plan voor een productieomgeving waarin machines, kwaliteitscontrole, software en interne logistiek onderdeel werden van één geïntegreerde productiestroom.
Precies in die periode konden we ons inschrijven voor een subsidieregeling van de provincie Gelderland voor slimme en schone fabrieken van de toekomst. Voor onze plannen ontvingen we €200.000 subsidie. Dat gaf extra ruimte om investeringen te doen waarvan de strategische waarde groot was, terwijl de financiële opbrengst op dat moment nog moeilijk exact te voorspellen was.
Schaalbaarheid betekent niet alleen grotere aantallen
Doeko is van oorsprong een high-mix, low-volume productiebedrijf. Schaalbaarheid betekent voor ons daarom niet simpelweg steeds grotere series van hetzelfde product maken. Het betekent vooral dat we zowel nieuwe producten als extra productiecapaciteit kunnen toevoegen zonder iedere keer een nieuwe fabriek rondom die order te hoeven bouwen.
Daarvoor standaardiseren we onze automatisering zoveel mogelijk. Producten worden opgespannen in gestandaardiseerde klemsystemen, robots handelen die systemen en robotcellen worden volgens vergelijkbare concepten opgebouwd. Vanuit het centrale magazijn worden productdragers via onze interne logistiek naar de benodigde machines gebracht.
Een nieuw product kan daardoor zijn eigen routing hebben en toch dezelfde infrastructuur gebruiken. Heeft een product bijvoorbeeld 5-assig frezen, draadvonken, reinigen en 3D-meten nodig, dan kunnen die stappen onderdeel worden van één geautomatiseerde productiestroom.Hetzelfde principe geldt voor capaciteit. Als extra productiecapaciteit nodig is, kunnen we een nieuwe machine met een gestandaardiseerde robotcel toevoegen en deze integreren in dezelfde software- en logistieke infrastructuur.
Schaalbare productie begint al op de tekentafel
Een schaalbare fabriek alleen is niet voldoende. Ook het product zelf moet geschikt zijn om efficiënt en geautomatiseerd geproduceerd te worden.
Daarom willen we het liefst al vroeg in het ontwikkelproces samenwerken met onze klanten. Een productontwerper kijkt in eerste instantie naar de functionaliteit van een component. Vanuit productie kunnen wij tegelijkertijd beoordelen hoe ontwerpkeuzes de maakbaarheid, automatisering en uiteindelijke schaalbaarheid beïnvloeden.
Dat is voor ons de essentie van Design for Manufacturing.
Wanneer pas over productie wordt nagedacht nadat een ontwerp volledig is vastgelegd, kunnen bepaalde keuzes automatisering onnodig ingewikkeld of kostbaar maken. Door engineering en productie eerder bij elkaar te brengen, kunnen producten vanaf het begin worden ontworpen met zowel functionaliteit als maakbaarheid en schaalbaarheid in gedachten.
Van inkooporder tot productiestroom
De digitalisering begint daarbij niet pas aan de machine. In 2018 brachten we al schematisch in kaart welke softwaresystemen in onze fabriek aanwezig waren en welke data tussen die systemen moest worden uitgewisseld. Het uitgangspunt: iedere stap die voorspelbaar en digitaal uitgevoerd kan worden, willen we zo min mogelijk afhankelijk maken van handmatige overdracht.
Een inkooporder van een klant kan daardoor digitaal in ons ERP terechtkomen. Vanuit ERP wordt de productieorder doorgezet naar het MES, dat de vertaalslag naar de productie maakt. In de fabriek wordt het product vervolgens op een gestandaardiseerde productdrager geplaatst. Vanaf daar krijgt het, afhankelijk van de benodigde bewerkingen, zijn eigen routing door de fabriek.
Het uiteindelijke doel is één keten: van klantorder tot gecontroleerd eindproduct, met zo min mogelijk onnodige overdrachtsmomenten.
Zelf automatiseren om sneller te kunnen ontwikkelen
Een belangrijk onderdeel van die strategie is dat we onze automatiseringsoplossingen tegenwoordig zelf ontwikkelen. Dat betekent niet dat we alle technologie zelf bouwen. We maken gebruik van bestaande en bewezen componenten, machines en robots. We kiezen bijvoorbeeld bewust voor standaardisatie rondom FANUC-robots en programmeren automatiseringssoftware in LASAL van SIGMATEK.
De manier waarop we die componenten combineren, aansturen en integreren in onze productieomgeving ontwikkelen we echter zelf. Dat geeft ons slagvaardigheid. Wanneer collega’s een handmatige stap in een proces zien waarvan we denken dat die geautomatiseerd kan worden, hoeven we niet eerst een compleet extern automatiseringstraject op te starten. Onze eigen engineers kunnen een oplossing ontwikkelen, testen en koppelen aan de infrastructuur die al aanwezig is.
Daarbij geldt één principe nadrukkelijk: standaardisatie, standaardisatie, standaardisatie.
Hardware, softwaremodules en eerder ontwikkelde oplossingen worden zoveel mogelijk hergebruikt. Daardoor verschuift nieuwe automatisering steeds verder van volledig ontwikkelen naar configureren.
Automatiseren betekent ook onverwachte problemen oplossen
Integrale automatisering levert soms ook problemen op die je van tevoren nauwelijks kunt bedenken. Een mooi voorbeeld ontstond toen we onze fabriek voor het eerst ’s nachts volledig automatisch wilden laten produceren. De systemen waren gekoppeld, de AGV stond klaar en alles leek technisch te functioneren.
Niet lang nadat iedereen naar huis was, kwam echter een melding binnen: het inbraakalarm was afgegaan. De oorzaak? Zodra de AGV ’s nachts door de fabriek begon te rijden, detecteerde het beveiligingssysteem beweging. De productieautomatisering werkte dus precies zoals bedoeld. Alleen het gebouw was nog niet voorbereid op een fabriek waarin voertuigen zelfstandig doorwerken terwijl niemand aanwezig is.
Het is een klein voorbeeld, maar wel kenmerkend voor integrale automatisering. Zodra systemen steeds verder met elkaar verbonden worden, kom je ook afhankelijkheden tegen die je vooraf niet altijd kunt voorzien.
De technische medewerker van de toekomst
Uiteindelijk blijft personeel voor de Nederlandse maakindustrie waarschijnlijk één van de belangrijkste beperkingen voor verdere groei. Niet alleen het aantal beschikbare technische mensen is een uitdaging, ook de benodigde kennis verandert.
Repeterende en voorspelbare handelingen worden steeds vaker door automatisering overgenomen. Daardoor verschuift het werk van mensen meer richting programmeren, procesoptimalisatie, kwaliteit en het oplossen van complexe technische vraagstukken. Softwarekennis wordt daarbij steeds belangrijker. Hetzelfde geldt voor AI.
Onze verwachting is dat toekomstige engineers niet alleen hun technische vakgebied goed moeten beheersen, maar ook moeten weten hoe zij AI kunnen inzetten bij bijvoorbeeld softwareontwikkeling, procesanalyse, troubleshooting en het ontwikkelen van nieuwe automatiseringsconcepten.
Technische vakkennis wordt daarmee niet minder belangrijk. Juist de combinatie van techniek, software, data en AI gaat bepalen hoeveel een engineer in de fabriek van de toekomst kan bereiken.